VU Magazine – Maxim Februari: ‘Nog even en je kunt met data de wereld aansturen’

Maxim Februari is romancier, rechtsfilosoof en columnist voor de NRC. Aankomend studiejaar vervult hij de positie van Vrije Schrijver op de Vrije Universiteit. 

Februari (57) debuteerde dertig jaar geleden met een roman over kunst en schrijft in zijn columns meestal over recht en moraal. Op 17 september kreeg hij voor zijn literaire essayistiek de P.C. Hooftprijs uitgereikt. Vanachter zijn keukentafel vertelt hij VU Magazine over zijn studie, loopbaan en de columnistiek. „Soms voelt het weleens als: de wereld vergaat. Columnist, help ons alsjeblieft.”

Het schijnt dat u een aantal keer bedankt hebt voordat u dit jaar toch toestemde om Vrije Schrijver te worden. 

Maxim lacht: „Dat klopt. Mijn weken puilen doorgaans uit. Ik schrijf columns, adviseer de samenleving en geef door heel het land lezingen. Langzamerhand was ik daardoor te ver weggedreven van het literair schrijven. Dat vond ik jammer. Verbonden zijn aan een universiteit en colleges geven leek me een mooie manier om terug te keren naar de literatuur.”

Welke thema’s wilt u met de studenten behandelen?

„We gaan ons richten op teksten, zowel op fictie als columns. Ik denk dat – met name nu we een crisis doormaken – lezen een belangrijke manier is om overeind te blijven. De kunst zal niet bepalen hoe de wereld er straks uit gaat zien, maar het is bij uitstek een plek waar de mens levenskracht instopt en uithaalt.”

U bent in 2012 in transitie gegaan, van vrouw naar man. Komt die geschiedenis ook aan bod? 

„Dat staat niet op de officiële planning. Het is voor mij inmiddels een afgesloten hoofdstuk. Soms vergeet ik het zelfs. Maar als publiek figuur zal het ongetwijfeld onderdeel van mijn leven blijven. Wanneer er studenten zijn die het willen bespreken sta ik daar dan ook voor open.”

„Een grotere, ingewikkelde roman heeft – net als een symfonie – een grote complexiteit.”

De televisieserie is de nieuwe romankunst, schrijft u spottend in uw essaybundel ‘De onbetrouwbare verteller’. 

„Die spot is absoluut geen aanklacht tegen televisie. Sterker nog, ik kijk dagelijks. Lezen is ook niet per se beter. Ik denk alleen dat het belangrijk is dat er ook mensen zijn die blijven lezen. Een grotere, ingewikkelde roman heeft – net als een symfonie – een grote complexiteit. Ik denk dat het nodig is dat een aantal mensen in de samenleving die complexiteit aankan. Het is niet moreel hoogstaander, maar het is een functie die we nodig hebben in de samenleving.”

Welke boeken lagen er de laatste tijd op uw nachtkastje om u door de coronacrisis heen te helpen?

„Kreupelhout van Esther Kinsky. De wilde wereld van Sanne Bloemink. Vier verhalen over de schijn der dingen van Gianni Celati. Die laatste haalde ik tevoorschijn voor de VU-studenten. Eén van de verhalen gaat over een letterenstudent en over de vraag wat je opsteekt van schrijven en lezen. Heel bemoedigend is het niet, maar het geeft wel inzicht in de nietigheid van ons bestaan. Ook goed in coronatijd.”

Hoe was u zelf als student?

„Zeer gretig. Ik had een wetenschappelijke carrière voor ogen en wilde graag mijn leven lang studeren. Ik begon met kunstgeschiedenis en filosofie maar toen ik afstudeerde, was er nergens werk te vinden. Daarom ben ik daarna rechten gaan studeren en heb ik mij nadien gespecialiseerd in rechtsfilosofie.”

Sindsdien heeft u zich expert gemaakt op talloze gebieden.

„Het is een grappig verschijnsel. Als ik ergens nieuwsgierig naar ben en mij daarin verdiep, denken mensen direct dat ik een expert ben en word ik gevraagd om lezingen te geven. Misschien heeft het te maken met mijn manier van praten. Dat die zo gezaghebbend is”, zegt hij met een lach.

„Het is onthutsend hoe weinig er wordt verdiend in de kunst- en cultuursector.”

„Daarnaast fungeer ik als adviseur bij overheden en ministeries. Deels om inkomen te genereren. Het is onthutsend hoe weinig er wordt verdiend in de kunst- en cultuursector. Ik denk weleens dat ik veel meer schrijf- en denkwerk had kunnen verrichten en daarmee van nut had kunnen zijn voor de wereld, als ik niet altijd zo weinig verdiend had. Ik vind het erg onverstandig dat denkers minder productief kunnen zijn omdat ze te hard moeten bijklussen.”

Wat is het geheim van goede columnistiek?

„Sommigen schrijven vanuit grote theorieën. Mij gaat het om zelf observeren en opschrijven wat ik zie. Wat gebeurt er? Ik voel me verwant met de econoom Amartya Sen. Die stond op een markt in India kinderen te wegen. Op de vraag wat hij in hemelsnaam aan het doen was, antwoordde hij: ‘Ik ben economie aan het bedrijven’.”

„Het lastige voor de columnistiek dit jaar is dat ik weinig mensen inhoudelijk spreek en daardoor weinig nieuwe ideeën krijg. Meestal kom ik overal en weet ik waar mensen mee bezig zijn. Ik dacht dan ook: leuk, ik ga naar de VU en door de gangen van de universiteit wandelen. Eens kijken wat daar speelt. Dat liep anders. Nu lees ik ’s ochtends de kranten zo intensief mogelijk en surf ik ijverig over het internet.”

Kleven er nadelen aan het bedrijven van de columnistiek? 

„Schrijven is an sich een eenzaam beroep en als je dan als columnist wekelijks een soms impopulaire mening verkondigt, wordt het er niet beter op. Ik doe het nu al 20 jaar. Je moet dus als columnist wel denken dat het heel belangrijk is wat je te vertellen hebt en dat iedereen moet luisteren. In het begin was ik dan ook vaak teleurgesteld. Dan dacht ik: ik heb dit nu opgeschreven. Hoezo is dit niet binnen een week geregeld? Zo werkt het helaas niet.”

„Na twintig jaar denk ik weleens: hoe zinvol is dit beroep eigenlijk?”

„Na twintig jaar vraag ik me weleens af: hoe zinvol is dit beroep eigenlijk? Hoeveel kan ik ermee uitrichten? Ik kan nog wel tien jaar over data schrijven, maar hoeveel heeft het nou opgeleverd? Ik heb mijn ambitie bijgesteld en hoop nu dat mensen die met dit soort onderwerpen bezig zijn en zich ervoor inzetten, zich gesteund voelen dat ik er überhaupt over schrijf. Ik denk dat ik daar genoegen mee moet nemen.”

Onlangs werd bekend dat Apple momenteel 2000 miljard waard is. Ervaart u dit soort berichten als een bedreiging? 

„Het gaat niet alleen om de waarde van dat soort bedrijven, maar vooral om de dataverzameling. Zorgelijker vind ik bedrijven als Whatsapp of Facebook. De kracht van dat soort bedrijven zit in de hoeveelheid informatie die ze hebben verzameld over locatie, bewegen, gedragingen en politieke voorkeur. Met die data kun je op een gegeven moment de wereld aansturen.”

“Ik schuifel op straat nog niet langs de muur om uit het zicht van de camera’s te blijven.”

Het is nu al zo dat je verkiezingen kunt sturen omdat je zoveel gegevens van mensen hebt dat je ze persoonlijk kunt benaderen. En dat bedrijven zijn doorgedrongen in universiteiten en hoogleraren rapporten laten schrijven over de macht van Google. Daarmee hebben bedrijven een gigantische macht.”

„Een tijd geleden bezocht ik een lezing van een expert op het gebied van gezichtsherkenning en datasturing. Toen hij vroeg wie er geen WhatsApp had, staken slechts drie mensen in de zaal – waaronder ikzelf – hun hand op. ‘Jullie zijn oké, de rest hangt’, zei hij . Ik heb zo min mogelijk accounts die een gebruikersnaam vereisen. Een smartphone heb ik wel, maar daarop staat het meeste uit. Ik verbied mezelf overigens niet alles. Het is nog niet zo dat ik op straat langs de muur schuifel om uit het zicht van de camera’s te blijven.”

1 maand ago

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *