VU Magazine – Filosofie als medicijn: ‘Het maakt je beter’

Na een streng gereformeerde jeugd en een studie theologie ontdekte Lammert Kamphuis de filosofie. Het veranderde alles. „Ik kwam nergens meer aan de bak. Niemand zat te wachten op een ongelovige theoloog.”

Sindsdien maakte Kamphuis (37) furore als spreker, schrijver en is hij de huisfilosoof van The School of Life, waar hij lezingen verzorgt. Eerder werkte hij als docent levensbeschouwing waarvoor hij een master aan de Vrije Universiteit volgde.

Uw leven nam een flinke wending. Hoe kwam die tot stand?

„Ik kom uit een streng gereformeerd milieu. Mijn vader en beide opa’s waren dominee. In de kerk waar wij toe behoorden, bestond een exclusieve dogmatische weg waarbij weinig ruimte was voor eigen interpretatie. Mijn vader was hoogleraar dogmatiek; hij beschermde de leer. Ook ik ben theologie gaan studeren aan de Theologische Universiteit Kampen met het idee dominee te worden.”

„Gaandeweg die studie begon er iets in mij te broeien. Ik dacht: er moet nog wel een ander verhaal zijn dan hetgeen dat altijd in de kerk verteld wordt. Ik was nieuwsgierig en besloot tegelijkertijd filosofie te studeren in Utrecht. Dat betekende het begin van het einde van mijn geloof. Ik liep steeds meer vast in het leven dat ik had. Enerzijds leidde ik nog het gereformeerde leven dat ik van huis uit mee heb gekregen, anderzijds nam ik hier in mijn denken al veel afstand van.”

„Ik was een ongelovige theoloog. Dat werd niet in veel vacatures gezocht.”

„Op mijn 29e stapte ik uit de kerk. Ik verloor mijn baan aan de Theologische Universiteit in Kampen, waar ik op dat moment promotieonderzoek deed. Er volgde een lastige periode van onwetendheid en crises. Ik wist niet wat ik met mijn leven wilde. Ik was een ongelovige theoloog. Dat werd niet in veel vacatures gezocht. Anderhalf jaar heb ik geprobeerd om aan de bak te komen. Maar liefst 39 keer werd ik afgewezen. Uiteindelijk kon ik op een middelbare school aan de slag als docent levensbeschouwing. Ik heb toen ook mijn eerstegraads bevoegdheid gehaald. De VU stond voor mij voor een nieuw begin.”

Bent u teleurgesteld in de kerk en haar boodschap?

„Het mooie aan het geloof is dat je al op jonge leeftijd leert nadenken over de zin van het leven en over zaken als goed en kwaad. Je wordt als het ware al jong ingeplugd op een existentieel niveau. Alleen leerde ik er niet zelf over nadenken. De antwoorden waren er al. Als die vanzelfsprekendheid vervolgens wegvalt, is dat heftig. Door filosofie ben ik daaruit gekomen. Ik realiseerde me: het gaat niet om de antwoorden, maar om het stellen van de juiste vragen.”

Wat vond u van de studie eerstegraads levensbeschouwing?

„Ik voelde me thuis in de diverse cultuur die ik op de VU vond. In mijn jaar zat een imam, een theoloog, een humanist en zelf zat ik er als agnost bij. Het zorgde ervoor dat er gesprekken konden plaatsvinden tussen mensen met hele andere levensbeschouwingen. Ik hoop dat universiteiten die plek in de samenleving blijven behouden.”

„De kerk was als een vijfgangenmenu.”

Hoe verreikt filosofie uw leven sindsdien? 

„De kerk was als een vijfgangenmenu. Iedereen kreeg hetzelfde voorgeschoteld. Filosofie is als een buffet. Er liggen allemaal ideeën: van de stoïcijnen, Nietzsche, Schopenhauer, et cetera. Je loopt er langs, proeft wat en denkt: nou, dit is iets wat ik nu in mijn leven kan gebruiken. En het mag dynamisch zijn. Niets hoeft vast te staan. Die vrijheid van denken vind ik een verademing. Ik noem het perspectivistische lenigheid: je wordt getraind om vanuit verschillende perspectieven naar hetzelfde te kijken.”

Als een perspectief altijd aan verandering onderhevig kan zijn en er geen eenduidige waarheid meer is, voelt het bestaan dan niet wankel? 

„Het brengt een bepaalde onrust met zich mee en is zeker niet de makkelijkste weg. Dat het nationalisme nu op zoveel plekken opkomt zie ik ook als een tegenbeweging. Men is op zoek naar nieuwe, welhaast religieuze waarheden waar met man en macht aan vastgehouden wordt. Geen waarheid hebben kan voor sommigen als onverdraaglijk voelen.”

„Het is als de Mythe van Sisyphus van Albert Camus. Elke dag die steen weer omhoog sjouwen. Waar doen we het dan eigenlijk voor? Wat ik mooi vind aan Camus is dat hij zegt: uiteindelijk is de kunst misschien wel om van die zoektocht te genieten. Sisyphus is in al die jaren wel van die steen en berg gaan houden. De zoektocht is het doel geworden.”

“Als Marcus Aurelius er ook al wakker van lag, vind ik dat een prettig idee.”

Wat is het nut van filosofie?

„Filosofie is van oudsher niet bedoeld om mensen slimmer te maken. Het is een medicijn; het maakt je beter en kan je afhelpen van zorgen, angst of eenzaamheid. Grappig is dat veel zorgen van onze tijd helemaal niet zo modern zijn als we denken. Drukte of keuzestress was 2000 jaar geleden net zo’n groot probleem. Dat biedt troost: als Marcus Aurelius er ook al wakker van lag, vind ik dat een prettig idee.”

Hoe kan filosofie helpen bij maatschappelijke problemen?

„Sinds ik uit die kerk ben gestapt, valt het me op dat ook daarbuiten mensen behoorlijk dogmatisch zijn. Ons denken komt snel vast te zitten in een tunnelvisie waardoor er polarisatie optreedt. De samenleving doet me steeds vaker denken aan die kerk waar ik met pijn en moeite uit ben gekomen. Filosofie is een medicijn tegen polarisatie. Al filosoferend probeer je meer begrip te krijgen voor andersdenkenden.”

„Daarnaast helpt filosofie complexe, maatschappelijke problemen te verhelderen. Neem nou de coronamaatregelen. In Nederland hadden wij in tegenstelling tot andere landen veel vrijheid. De verantwoordelijkheid lag bij de burgers. Het is in de geest van John Locke die van mening was dat de mens van nature te vertrouwen is en een dwingende overheid averechts werkt. Een John Locke-down noem ik het.”

„Het is jammer dat er bij het Outbreak Management Team geen filosoof zit.”

„Daar zit eigenlijk een filosofische vraag achter: namelijk, wie is de mens? Is deze van nature goed of slecht? Hoe reageert hij op tegenslagen? De antwoorden hebben consequenties op hoe je omgaat met politieke problemen. Ik betwijfel of beleidsmakers de filosofie er weleens bij pakken. In die zin is het jammer dat er bij het Outbreak Management Team geen filosoof zit.”

Kunnen we nog meer lessen uit de coronacrisis trekken?

„Ik hoop dat we meer gaan nadenken over hoe we omgaan met de dood. De stoïcijnen zeggen dat het je juist helpt om daar veel bij stil te staan. Het kan je helpen om in de tussentijd meer te waarderen wat je hebt. De dood moedigt je aan nu het leven te leiden dat bij jou past. Seneca zei: de meesten van ons sterven terwijl ze nog aan het warmlopen zijn voor het leven. Daar sluit ik mij bij aan. Later is nu.”

Fotografie: David Meulenbeld

1 maand ago

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *